De Wever wil schuldenrem als noodrem bij mislukte begrotingsgesprekken
Premier Bart De Wever (N-VA) stelt een automatische uitgavenbevriezing voor die in werking zou treden als de regering geen akkoord bereikt over het begrotingskader tot 2029.

Premier Bart De Wever (N-VA) wil een zogenoemde schuldenrem invoeren. Dat mechanisme zou de federale overheidsuitgaven automatisch bevriezen wanneer de regering er niet in slaagt om vóór het einde van het jaar een akkoord te vinden over het begrotingskader voor de periode tot 2029. Verschillende media melden het plan, dat volgens N-VA-beddingen moet verhinderen dat het land in financiële problemen raakt wanneer de coalitie zou wankelen.
Het voorstel wordt omschreven als een voorzorgsmaatregel die het parlement preventief zou moeten goedkeuren. De invoering van de schuldenrem gaat volgens de berichtgeving verder dan de klassieke techniek van de voorlopige twaalfden, waarmee een noodbegroting wordt opgemaakt wanneer een begroting niet tijdig klaar raakt. In dat laatste geval blijven de uitgaven doorgaans op het niveau van het voorgaande jaar, maar worden ze wel nog aangepast aan de inflatie.
Onder de voorgestelde uitgavenbevriezing zou dat niet gebeuren. Zowel sociale uitkeringen als de lonen van ambtenaren zouden dan niet geïndexeerd worden, wat de koopkracht van een grote groep mensen rechtstreeks raakt. Het is voorlopig niet duidelijk of dat scenario ook werkelijkheid wordt, want binnen de regering lopen nog technische gesprekken. Een definitieve beslissing wordt verwacht tegen zaterdag.
De Wever benadrukte dat het niet alleen de bedoeling is om tijdelijke begrotingsmaatregelen voor 2027 te vermijden. Volgens hem moet het mechanisme vooral de financiële markten stabiliteit en zekerheid bieden, ongeacht hoe de onderhandelingen aflopen. De doelstelling voor de begrotingsaanpassingen blijft in alle gevallen vastgeklikt op 10 miljard euro.
Waarschuwingen van het Agentschap voor de Staatsschuld en de Nationale Bank
De haast waarmee het voorstel op tafel ligt, volgt op waarschuwingen van het Agentschap voor de Staatsschuld en de Nationale Bank. Beide instellingen wezen de regering vorige week op het gevaar van een zogenoemde rentesneeuw: een situatie waarin de rentelasten op de overheidsschuld zo sterk oplopen dat ze de begroting steeds verder onder druk zetten.
Dat risico zou zich volgens de waarschuwing al in 2028 of 2029 kunnen manifesteren. De bezorgdheid is niet denkbeeldig: de Belgische rentetarieven vertonen de voorbije weken al een gestage opwaartse beweging. Wanneer de markten een hogere risicopremie vragen, wordt het duurder om nieuwe leningen uit te geven en om bestaande schuld te herfinancieren. Op termijn slokt dat een groter deel van de beschikbare middelen op, ten koste van andere uitgaven.
De vaststelling dat de regering een dergelijk mechanisme wil verankeren nog vóór er een begrotingsakkoord is, wijst erop dat de onderhandelingen moeizaam verlopen. Door de schuldenrem nu al aan het parlement voor te leggen, wil de regering zich indekken tegen een politieke impasse later. Gebeurt dat niet, dan dreigt het land volgens de voorstanders in een financiële neerwaartse spiraal terecht te komen.
Wat een schuldenrem in de praktijk betekent
Een schuldenrem is in essentie een begrotingsregel die vooraf vastlegt wat er gebeurt als een politiek akkoord uitblijft. In plaats van een nieuwe onderhandelingsronde of een noodbegroting, treedt dan automatisch een vooraf bepaalde beperking in werking. Het instrument verschuift de beslissing dus van het moment van de crisis naar een moment waarop er nog ruimte is voor overleg.
In dit geval komt die beperking neer op een brede bevriezing van de overheidsuitgaven. Dat heeft gevolgen voor de indexering van uitkeringen en ambtenarenlonen. Voor gezinnen die van een sociale uitkering afhankelijk zijn, kan dat betekenen dat hun inkomen in reële termen daalt als de prijzen blijven stijgen. Voor de overheid betekent het een besparing, maar ook een politiek gevoelige ingreep: indexering is in België al decennialang een vast onderdeel van het loon- en uitkeringsmodel.
Voorstanders zien in de maatregel een geloofwaardig signaal aan de markten: België toont dat het zijn uitgaven onder controle wil houden, ook als de politiek vastloopt. Tegenstanders wijzen erop dat een automatische bevriezing de speelruimte van een toekomstige regering beperkt en de koopkracht onder druk zet op een moment dat veel huishoudens toch al moeten opletten.
Begroting, coalitie en timing
Het voorstel komt op een moment dat de begrotingsgesprekken binnen de federale regering nog volop aan de gang zijn. De technische besprekingen moeten uitmonden in een kader voor de komende jaren, met een aanpassing van 10 miljard euro als vaste doelstelling. Dat cijfer verandert niet, wat de uitkomst van het overleg over de schuldenrem ook wordt.
De timing is niet toevallig. Een beslissing wordt tegen zaterdag verwacht, en de deadline van het einde van het jaar fungeert als ijkpunt voor het hele dossier. Als er dan geen consensus is over het begrotingskader tot 2029, zou de noodrem automatisch in werking treden. Daarmee wordt de schuldenrem zowel een begrotingsinstrument als een politiek drukkingsmiddel: de dreiging van een automatische bevriezing kan partijen aan tafel bewegen om toch een akkoord te sluiten.
Of het parlement het mechanisme ook effectief goedkeurt, blijft voorlopig afwachten. Duidelijk is dat de regering het risico van oplopende rentelasten ernstig neemt, en dat ze de markten wil overtuigen dat België ook in onzekere politieke tijden zijn overheidsfinanciën niet uit het oog verliest.



