Frankrijk bekijkt of Charles de Gaulle tot na 2038 kan varen
De Franse marine laat onderzoeken of het kernvliegdekschip Charles de Gaulle na 2038 in de vaart kan blijven, zolang er nog geen tweede schip is.

De Franse marine laat nagaan of haar enige vliegdekschip, de met kernenergie aangedreven Charles de Gaulle, langer operationeel kan blijven dan de voorziene uitdienstneming in 2038. Dat heeft admiraal Christophe Cluzel, stafchef van de Franse marine, gezegd tijdens een hoorzitting in het parlement. De volledige evaluatie zou begin 2029 van start gaan.
Bij die doorlichting draait het volgens de admiraal om de staat van het nucleaire voortstuwingssysteem, de toestand van de reactorkernen en de algemene conditie van de hulpsystemen aan boord. Pas daarna kan worden beslist of het schip al dan niet langer mag blijven varen.
Eén schip, een blijvende leemte
Frankrijk beschikt vandaag over slechts één vliegdekschip. Elke keer dat het vaartuig voor noodzakelijk onderhoud uit de vaart gaat, ontstaat er dus een gat in de maritieme slagkracht. De marine bereidt ondertussen de komst voor van een opvolger, de France Libre, die in 2038 in dienst moet komen.
Als de Charles de Gaulle langer in de vaart blijft, zou Frankrijk tijdelijk over twee actieve vliegdekschepen beschikken. Cluzel merkte wel op dat twee schepen vooral een politieke doelstelling vormen en de gereedheid vanuit de thuisbasis Toulon verhogen. Voor een werkelijk permanente aanwezigheid op zee is volgens hem een vloot van drie schepen nodig.
Rekening van 10 miljard euro
Geld blijft een grote hinderpaal. De geraamde kostprijs van de France Libre bedraagt ongeveer 10 miljard euro, wat overeenkomt met de prijs van zowat tien fregatten van de FDI-klasse. Toch benadrukt de marine het belang van een overgangsfase tussen 2036 en 2038, waarin beide schepen tegelijk actief zijn. Zo kunnen maritieme expertise en technische vaardigheden zonder onderbreking worden doorgegeven aan de bemanning van het nieuwe schip.
De France Libre wordt aanzienlijk groter dan zijn voorganger: een waterverplaatsing van 80.000 ton en een lengte van 310 meter, tegenover 42.000 ton en 261,5 meter voor de Charles de Gaulle. Frankrijk wil het nieuwe schip uitrusten met in de Verenigde Staten gebouwde elektromagnetische katapulten.
Katapulten en reserveonderdelen
Cluzel verdedigde die keuze met een beschikbaarheidsgraad van 98 procent en een grotere flexibiliteit bij het lanceren van uiteenlopende vliegtuigen en drones. Om te vermijden dat het land te afhankelijk wordt van buitenlandse ondersteuning, is Frankrijk van plan een grote voorraad reserveonderdelen aan te leggen zodat het systeem zelfstandig kan worden onderhouden.
Vliegtuigen met verticale start ziet de admiraal niet als alternatief: die gaan volgens hem ten koste van het bereik en de bewapening. Alleen een nucleair vliegdekschip met katapulten kan de superioriteit leveren die nodig is om de controle over lucht en zee te behouden in betwiste mondiale omstandigheden.
Tot slot ging Cluzel in op de nieuwe fregatten van de FDI-klasse. Kritiek op hun stabiliteit weerlegde hij; hij loofde hun zeewaardigheid en prees de nieuwe vlakke-paneelradar en de digitaal geïntegreerde sonar, die volgens hem aanzienlijke voordelen bieden bij de opsporing.


