Minder woningen verkocht in derde kwartaal, maar prijzen blijven stijgen
In het derde kwartaal werden 2,2 procent minder woningen verkocht dan een jaar eerder. De hogere rente remt de markt af, maar de gemiddelde prijzen blijven oplopen.

Tussen juli en september zijn in België 2,2 procent minder woningen verkocht dan in dezelfde periode een jaar eerder. Dat blijkt uit de jongste cijfers over de vastgoedmarkt. De daling wijst op een afkoelende markt, al blijven de gemiddelde aankoopprijzen tegelijk verder oplopen.
De hogere rente speelt daarbij een centrale rol. Wie vandaag een hypotheek afsluit, betaalt maandelijks meer dan een paar jaar geleden, waardoor het budget van kandidaat-kopers onder druk komt te staan. Dat vertaalt zich in minder transacties, maar voorlopig niet in dalende prijzen.
Wat de cijfers wel en niet zeggen
Een daling van het aantal verkopen met 2,2 procent op jaarbasis is op zich geen dramatische terugval. De markt blijft functioneren, maar het ritme vertraagt. Kopers zijn voorzichtiger geworden, vergelijken meer en laten zich minder snel leiden door de angst om een kans te missen.
Tegelijk blijft het aanbod in grote delen van het land beperkt. Waar vraag en aanbod elkaar niet in evenwicht vinden, blijven prijzen doorgaans stevig. Dat verklaart waarom een krimpende activiteit en stijgende prijzen naast elkaar kunnen bestaan.
De gemiddelde aankoopprijs verschilt sterk per gewest en per type woning. Een huis in Vlaanderen kost bijna 400.000 euro. Dat gemiddelde verbergt grote verschillen: in stedelijke centra en in de rand rond grote steden liggen de bedragen hoger, terwijl landelijke gemeenten vaak onder dat cijfer blijven.
Waarom de rente zo zwaar doorweegt
De rente op hypothecair krediet bepaalt in belangrijke mate hoeveel een gezin kan lenen. Bij eenzelfde maandelijkse aflossing levert een hogere rente een lager leenbedrag op. Kopers die al aan hun limiet zitten, moeten dus kleinere of goedkopere woningen zoeken, of stellen hun aankoop uit.
Dat mechanisme werkt vertragend op het aantal transacties. Het verklaart ook waarom de markt niet in elkaar klapt: de vraag verdwijnt niet, ze wordt uitgesteld. Gezinnen die een woning nodig hebben, blijven zoeken, maar binnen strakkere budgetten.
Voor verkopers betekent dit een andere realiteit dan tijdens de piekjaren. Wie zijn woning te hoog prijst, ziet het aantal bezoeken dalen en de verkooptijd oplopen. Realistische vraagprijzen blijven daarom cruciaal om een deal te sluiten.
Wat dit betekent voor kopers en verkopers
Voor kopers biedt de vertraging enige onderhandelingsruimte, al is die niet overal even groot. In segmenten waar het aanbod krap blijft, is concurrentie nog steeds mogelijk. In segmenten waar veel gelijkaardige woningen tegelijk te koop staan, kunnen kopers vaker voorwaarden bespreken.
Voor verkopers loont het om de eigen verwachtingen te toetsen aan recente transacties in de buurt, niet aan de hoogste vraagprijzen die online staan. Een correcte prijszetting versnelt de verkoop en vermindert het risico op een langdurig traject met prijsverlagingen.
- Het aantal verkochte woningen daalde in het derde kwartaal met 2,2 procent op jaarbasis.
- De gemiddelde aankoopprijzen blijven stijgen ondanks de terugval in activiteit.
- Een huis in Vlaanderen kost gemiddeld bijna 400.000 euro.
- De hogere rente beperkt het leenbudget en vertraagt daardoor de beslissing van kopers.
Of de prijzen op termijn de vertraging volgen, hangt af van hoe lang de rente hoog blijft en hoe het aanbod zich ontwikkelt. Zolang de vraag naar koopwoningen groot blijft en het aanbod beperkt, is een snelle prijsdaling weinig waarschijnlijk.


