Jeugdrechter hekelt plaatsgebrek: relschoppers terug naar huis
Antwerps jeugdrechter Luk Versteylen uit zware kritiek nadat minderjarige relschoppers naar huis moesten omdat jeugdinstellingen vol zitten.

Antwerps jeugdrechter Luk Versteylen heeft zware kritiek geuit op het plaatsgebrek in jeugdinstellingen. Enkele minderjarigen die ervan verdacht worden zware feiten te hebben gepleegd tijdens de rellen van afgelopen vrijdag in Brussel – waaronder het bekogelen van politieagenten en het bezit van zeven gebruiksklare molotovcocktails – zijn opnieuw naar huis gestuurd. De jeugdrechter had nochtans een gesloten plaatsing bevolen, de zwaarste maatregel in het jeugdrecht. Omdat er geen plaats was in een instelling, kon die beslissing niet worden uitgevoerd.
“Een rechter neemt een beslissing en die wordt gewoon niet uitgevoerd. Dat is een blamage,” aldus Versteylen. Hij noemt de situatie bijzonder problematisch en wijst erop dat hij als jeugdrechter de wettelijke opdracht heeft om te oordelen wat nodig is voor de bescherming van de samenleving en de begeleiding van de jongere. Als die beslissing vervolgens niet kan worden uitgevoerd, ondermijnt dat het gezag van de rechtbank en het vertrouwen in de rechtsstaat.
Wat is een gesloten plaatsing?
Een gesloten plaatsing is de meest ingrijpende maatregel die een jeugdrechter kan opleggen. Ze wordt alleen overwogen wanneer alle andere mogelijkheden – zoals een begeleiding thuis, een open instelling of een voorwaardelijke maatregel – ontoereikend blijken. De maatregel houdt in dat de minderjarige in een gesloten jeugdinstelling wordt geplaatst, waar hij of zij onder toezicht staat en een gestructureerd programma volgt. Het doel is enerzijds de jongere beschermen tegen zichzelf en anderzijds de maatschappij vrijwaren van ernstige delicten. De rechter kan deze maatregel enkel opleggen na een grondig onderzoek van de feiten en de persoonlijkheid van de minderjarige.
In de praktijk blijkt echter dat er onvoldoende plaatsen zijn in dergelijke instellingen. Daardoor gebeurt het steeds vaker dat een rechter een gesloten plaatsing beveelt, maar dat de jongere niet kan worden opgenomen. In sommige gevallen wordt de jongere dan maar naar huis gestuurd, met alle risico's van dien. De jeugdrechter benadrukt dat dit niet alleen een probleem is voor de betrokken jongere, maar ook voor de samenleving als geheel.
Reacties en bredere context
De zaak komt bovenop een reeds gespannen situatie in de jeugdzorg. Al jaren waarschuwen jeugdrechters, parketten en hulpverleners voor het tekort aan plaatsen in gesloten jeugdinstellingen. De Vlaamse en federale overheden hebben de voorbije jaren extra middelen beloofd, maar de uitbreiding van de capaciteit verloopt traag. Ondertussen blijven de wachtlijsten groeien en moeten rechters noodgedwongen alternatieven zoeken die niet altijd even veilig of doeltreffend zijn.
Versteylen stelt dat het probleem structureel is en niet kan worden opgelost met tijdelijke noodoplossingen. Hij pleit voor een dringende uitbreiding van het aantal plaatsen en een betere afstemming tussen justitie en jeugdzorg. Daarnaast wijst hij op het belang van preventie en vroegtijdige interventie, zodat jongeren niet in de criminaliteit terechtkomen. “Soms lachen die jongeren me letterlijk in mijn gezicht uit,” zegt hij, verwijzend naar het gebrek aan consequenties wanneer een opgelegde maatregel niet wordt uitgevoerd.
Gevolgen voor de rechtspraak
Het niet kunnen uitvoeren van een gerechtelijke beslissing heeft verregaande gevolgen. Het tast de geloofwaardigheid van het jeugdrechtssysteem aan en kan leiden tot een gevoel van straffeloosheid bij zowel daders als slachtoffers. Bovendien kan het de druk op andere actoren, zoals politie en justitie, doen toenemen. De jeugdrechter roept de bevoegde overheden dan ook op om hun verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat beslissingen daadwerkelijk worden uitgevoerd.
De bal ligt nu in het kamp van de beleidsmakers. Zal er snel een oplossing komen voor het plaatsgebrek, of blijft het bij mooie beloftes? Duidelijk is dat de jeugdrechters niet langer willen aanzien dat hun beslissingen dode letters blijven.

